Rik Wouters en het vloeibare licht. Over het boek ‘Nel. Een zot geweld’ van Lies Van Gasse & Peter Theunynck

door Eric Rinckhout

Ik heb iets met Rik Wouters. En dat gaat ver terug in de tijd.

Ik groeide op in een gezin waar wel wat belangstelling was voor kunst en literatuur, maar verder dan de bescheiden handbibliotheek van mijn vader en wat schilderijen die ons cadeau werden gedaan door een suikertante langs moederskant reikte dat toch niet.

Het was de tijd – eind jaren zestig – waarin banken en andere ‘kleine middenstanders’ jaarlijks een kalender uitgaven als nieuwjaarsgeschenk voor hun vaste klanten. Ja, we kunnen het ons nu nog moeilijk voorstellen dat banken geschenken geven, boven op een échte intrest, maar toen gebeurde dat.

chagall raam
Marc Chagall, Bij het raam, 1927-1928 © KMSKA – Lukasweb

Zo hing in onze keuken thuis een kalender met reproducties van kunstwerken. Een werk van Marc Chagall is nog op mijn netvlies geëtst: vrouw met kat aan het raam. Maar – vroeg ik me als kleine jongen af –  waarom was dat zo kinderlijk geschilderd? En waarom was dat groene behang zo vreemd dat het pijn aan de ogen deed?

Henriette van Henri Evenepoel, de dochter van zijn geliefde Louise, prijkte ook op die kalender. Met een veel te grote hoed. Waarom keek dat kleine meisje zo ernstig? Om nog maar te zwijgen van de cipressen van Vincent van Gogh, die als fakkels in het veld stonden.

Ik snapte er niet veel van maar vond het tegelijk geweldig.

Ik kan u verzekeren dat zo’n kalender als inleiding tot de kunst dus kan tellen. Net zoals de intussen ook al verdwenen koekjesdozen met De koning drinkt van Jacob Jordaens erop. Of een gestrand schip, een schilderij dat ik na al die jaren nog altijd niet teruggevonden heb.

Maar, zal u denken, waar komt Rik Wouters op de proppen? Wel, ik ben opgegroeid vlak bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Toen was de toegang gratis en kon je dus zomaar in- en uitlopen. Door die kalenders en koekjesdozen was mijn belangstelling geprikkeld.

U kunt zich voorstellen dat ik als kleine jongen overdonderd werd door de vele vierkante meters Rubens die in dat museum hangen, vooral dan de Aanbidding der koningen met die guitige ‘Moor’ die bovenaan komt piepen. En de Intrede van Christus in Brussel, die daar toen nog hing. Ook vele vierkante meters karikaturale optocht van James Ensor, boordevol stripfiguren.

In de hal, onder de monumentale museumtrap, stond toen een vitrinekast. En daarin lag het palet van Rik Wouters en een krant waarop hij zijn verfborstels had schoongeveegd. Ook zijn laatste sigaar lag er en – tenzij dit wishful thinking is – de sjaal van zijn vrouw Nel. Maar mijn keel werd bijna dichtknepen door het bronzen dodenmasker van de jonggestorven schilder. De rechterkant van zijn gezicht was helemaal ingevallen, zijn ooglid en wang leken meer op het vet van een gesmolten kaars.

Afschuw en medelijden voelde ik, en ik werd helemaal meegesleurd door mijn interesse, want van die schilder, die zo had geleden en zo jong was gestorven, wilde ik meer weten.

 

venster bosvoorde
Rik Wouters, Open venster in Bosvoorde, 1914. Olieverf op doek. © KMSKA – Lukasweb

Het museum had toen al een mooie collectie, met werken waarin Nel aan het strijken was of een meisje helpt met huiswerk. Ook het magnifieke open raam in Bosvoorde hing er. Die verzameling werd in 1989 nog uitgebreid toen Ludo Van Bogaert, dokter en goede vriend van Nel Wouters, zijn collectie aan het museum schonk.

Na al die jaren kan ik onder woorden brengen wat mij toen en nu nog altijd fascineert aan Rik Wouters: dat is zijn grote lofzang op het leven, het licht en de kleur. Onafgebroken wilde hij dat licht vatten. Kleur was licht voor hem. Als je kijkt naar dat prachtige schilderij *De strijkster* zie je het licht in honderden vlekjes uiteenspatten op keukendoeken, de roze schort van Nel, het witte bloesje dat ze draagt, haar rode lippen, de purperen vest van Rik die ze strijkt, en de zwarte kachel achter haar. En die kleurenrijkdom wordt nog eens gereflecteerd in de spiegel boven de schoorsteenmantel.

MW-Wouters_De-strijkster
Rik Wouters, De strijkster, 1912. © KMSKA – Lukasweb

Het doek trilt van de energie, bulkt van de ingehouden dynamiek. Het is een caleidoscoop van kleuren. Impressionistisch en tegelijk helemaal anders, want Rik Wouters zette geen streepjes ongemengde verf naast elkaar maar schildert fluïde vormen. Zoals Lies Van Gasse en Peter Theunynck terloops in hun graphic novel Nel, een zot geweld opmerken: Rik Wouters verdunde zijn verf met terpentijn.

Licht en kleur worden vloeibaar bij hem, en dat maakt hem zo anders dan Renoir, Van Gogh en Cézanne, de grote Cézanne die hij pas in 1912 in Parijs in kleur zou zien. Dat kunnen we ons toch nog maar nauwelijks voorstellen: Rik werd verleid door Cézanne maar kende het werk van de meester hooguit van wazige zwart-witreproducties. En in Parijs was hij ontgoocheld toen hij er zijn eerste Cézanne in het echt zag.

In zijn penseeltekeningen met Oost-Indische inkt gebruikte Rik Wouters eenzelfde vloeibaarheid. Op minimalistische wijze, die erg Japans aandoet, probeerde hij in één of enkele penseelstreken vast te leggen wat om hen heen gebeurde. En dat deed hij tot het einde van zijn jonge leven, tot hij op z’n 33ste de kracht niet meer had en door de opeenvolgende operaties aan zijn kaakbeenkanker ook nauwelijks meer kon zien. Pure tragiek is dat. De meester van het licht die niet meer kon kijken – daarvoor was hij toch op de wereld?

 

2048001_Athena_Plus_ProvidedCHO_KIK_IRPA__Brussels__Belgium__AP_10085477
Rik Wouters, Gehurkte vrouw, tekening in Oost-Indische inkt, 30 bij 42 cm © KMSKA, foto KIK-IRPA Brussel

Het waren die ogen die Nel hebben gezien en Nel hebben vereeuwigd. In alle poses: aangekleed en naakt, verleidelijk en afstandelijk, aan het werk in het huishouden, strijkend, naaiend, klussend,… Nel was zijn model, minnares en muze – zoals Bonnard en zijn eeuwig aanwezige Marthe. Zonder Nel geen Rik, maar ook omgekeerd: zonder Rik bestaat Nel niet. Hij heeft haar gemáákt.

Maar het is ook door haar ogen dat we Rik zijn blijven zien. Ze schreef al vroeg na zijn dood zijn biografie, een papieren monument, maar ze schreef wat zij wou dat wij zagen en liet weg wat haar onwelgevallig was. Ze schiep haar beeld van Rik en ze legde ook het beeld van zichzelf vast.

Lies Van Gasse en Peter Theunynck amenderen dat beeld. Het is zoals Eric Min in de inleiding van het boek Nel. Een zot geweld schrijft: “Waar de biograaf zwijgt, moeten de kunstenaars spreken.”

nel_brochure

 

En de twee kunstenaars stellen het beeld bij. Ze laten zien dat Rik maniakaal, ja obsessioneel met zijn kunst bezig was. Dat eeuwig kijkende, vaak spiedende oog van Rik werd Nel soms te veel. Zeker als ze ook nog eens voor dat ‘onmogelijke’ beeld Het zotte geweld moest poseren. En nog eens en nog eens. Doe dat dat maar eens in een koud atelier. Soms liep Nel weg. En ook Rik liep soms weg.

Nel probeerde hun armoede te bestrijden, door initiatief te nemen en te gaan leuren met de schilderijen van Rik bij handelaren en galerieën in Brussel. Want ook die armoede was ze beu.

Nel poseerde ook voor andere schilders. Schirren bijvoorbeeld. En van het één kwam het ander. Ze deelde het bed met Schirren, die ze een zalige minnaar noemt. Voor De Lalaing poseerde ze naakt, en ook daar kwam van het een het ander, maar het geld van het poseren reserveerde ze voor Rik, zodat hij kon blijven schilderen.

En ook met Simon Lévy is er wat gebeurd – tussen de lakens…

Nel komt als een sterke, onafhankelijke vrouw uit dit boek, maar ze zegt ook: “Stierf Rik, dan stierf de kunstenaar in mij.” Daarvan was ze zich bewust.

Lies Van Gasse houdt van Rik Wouters en zijn zwierige penseeltekeningen. Ze zet die naar haar hand en laat ze hier en daar met opvallende kleuren vollopen.

Het boek Nel. Een zot geweld is nerveus, koortsig en snel – zoals het leven van de twee hoofdfiguren. Rik sterft in 1916 op z’n 33, Nel is nauwelijks dertig als haar leven voorbij is.

Peter Theunynck zegt daarover: “Ons boek stopt op het moment dat hij sterft. Als zijn camera haar niet meer registreert, bestaat ze niet meer.”

55 jaar lang zal Hélène Duerinckx – de meisjesnaam van Nel Wouters – de nalatenschap én het beeld van Rik Wouters koesteren en bepalen. In 1971 sterft zij op 85-jarige leeftijd en wordt begraven in strikte intimiteit. Daarna krijgen biografen en kunstenaars het woord… en bepalen ze verder het beeld.

 

Deze tekst werd uitgesproken op 26 mei 2016 in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent, naar aanleiding van de presentatie van het boek Nel. Een zot geweld van Lies Van Gasse en Peter Theunynck. (Wereldbibliotheek, 224 p., 29,99 euro). liesvangasse.wordpress.com/portfolio/nel-een-zot-geweld/

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s